Succulente kruiskruiden (Senecio)

Dit artikel verscheen in de Plantage Hortus van maart 1994

door Fred Triep

Tot het geslacht Senecio (Kruiskruid) behoren ongeveer 1300 soorten, die tezamen over de hele wereld verpreid zijn. Dit geslacht is daarmee een van de meest soortenrijke geslachten. Een klein deel van deze soorten, ongeveer 60, is succulent (=vet). Tot de niet succulente soorten behoren ook een twaalftal soorten, die inheems zijn in Nederland. Bekende soorten uit dit geslacht zijn bijvoorbeeld het jacobskruiskruis (S. jacobaea) dat in de duinen in grote getale voorkomt, het klein kruiskruid (S. vulgaris), dat nauwelijks opvalt maar toch in januari tussen de trottoirtegels kan bloeien en de moerasandijvie (S. congestus), dat grote stukken opgespoten land kan bedekken en een "pluizenzee" kan veroorzaken als de vruchtjes door de wind verspreid worden.

Hoewel dit soortenrijke geslacht een grote veelvormigheid aan groei- en bladvormen bevat, is de bloem van al deze planten zeer overeenkomstig. Senecio behoort tot de grote familie van Samengesteldbloemigen (Asteraceae). De bloeiwijze van de planten uit deze familie (met paardebloem, chrysant en madeliefje) bestaat uit een hoofdje, waarop talloze kleine bloempjes zitten. De hoofdjes worden omgeven met 1 of meer rijen schutblaadjes, dat het omwindsel wordt genoemd. In het hoofdje kunnen 2 typen bloemen voorkomen, namelijk buisbloemen met symmetrische en korte bloembladen (in het midden van het hoofdje) en asymmetrische lintbloemen met aan een kant een lang bloemblad (aan de randen van de bloem).
Bij Senecio komen bloeiwijzen voor met gele buis en gele lintbloemen of bloeiwijzen met alleen wit of rode buisbloemen.

De succulente planten van het geslacht Senecio komen voor in Zuid, Oost en Noord Afrika (Marokko), de Canarische eilanden, Zuidwest Europa, India, Madagaskar en Mexico. Tot de succulente planten behoren zowel stamsucculenten, bladsucculenten, caudexvormende planten als bomen.

De bomen, zoals S. johnstonii en S. keniodendron, komen voor op 3000 tot 4000 meter hoogte in de bergen van Oost Afrika (op de hellingen van bijvoorbeeld de Kilimanjaro, Mount Kenya en Mount Meru). Op deze hoogten schommelen de dagelijkse temperaturen tussen 25 C en enkele graden onder nul. Ter bescherming tegen de nachtvorst blijven de vele dode bladeren aan de bomen zitten, terwijl er boven aan de stammen slechts een klein aantal grote lancetvormige bladeren zitten. In de mistige sferen op de berghellingen lijken het soms "ghost trees". Door hun aanpassing aan een klimaat met extreme temperaturen zijn het waarschijnlijk geen planten, die in een hortus te kweken zijn (zie:  moeilijk klimaat: dagwisselklimaat van tropische bergen)

Klik op de thumbnails als je de grote foto's (respectievelijk 130 Kb en 129 Kb ) wilt zien

Links: Reuzenkruiskuid (Senecio johnstonii) op de hellingen van de Kilimanjaro
Rechts:
Overzicht van de helling van de Kilimanjaro met verschillende reuzenkruiskruidplanten

Foto's : Fred Triep

De stam- en bladsucculenten van Senecio zijn juist heel gemakkelijk te kweken. Een aantal soorten worden door "plantenliefhebbers" als "ideale" kamerplanten gezien : zolang je ze maar niet teveel water geeft, blijven ze bijna altijd in leven. Dit geldt met name voor de bladsucculente soorten S. rowleyanus (het erwtenplantje), S. herreianus (de kruisbes kleinia) en S. citriformis. Deze planten komen uit Zuid-Afrika en ze bestaan uit kruipende stengels, waaraan kogelronde tot elliptische gevormde bladeren zitten. Een andere kruipende bladsucculent uit Zuid-Afrika is S. radicans.

De stamsucculente planten van dit geslacht bestaan uit vlezige, dikke stengels, met daaraan veelvormige bladeren. Uit Zuid-Afrika komen onder andere S. articulatus en S. stapeliiformis. Ook deze soorten zijn goed te kweken, omdat de stengelleden gemakkelijke wortelen. S. articulatus heeft aan de stengelleden vele en enigszins vlezige bladeren. Bij S. stapeliiformis (deze plant lijkt qua groeivorm op de aasbloem Stapelia) zijn de bladeren omgevormd tot kleine hobbeltjes met doorns op kale geribde leden. Deze plant vormt ondergrondse wortelstokken, die op enige centimeters afstand weer boven de grond komen als leden. Deze plant kan dus gemakkelijk gescheurd worden. Op de Canarische eilanden treffen we de stam-succulent S. kleinia aan. Op de droge zuidhellingen van deze eilanden kan men deze plant vaak tegenkomen naast andere vetplanten, zoals Euphorbia en Aeonium. Het vormt struiken van ongeveer 1 meter hoogte van kale stengels, die in het groeiseizoen (in de winter) aan de kop lange dunne bladeren bezit. Deze plant is ook een gemakkelijke kamerplant. Overeenkomend met deze plant, maar dan met wat bredere en lancetvormige blaadjes is S. anteuphorbium. Deze plant komt uit Zuid-Afrika, maar ook in Zuid-Marokko kan u deze plant in de winter in bloei zien. Alle genoemde stam- en bladsucculente Senecio's, met uitzondering van S. anteuphorbium, komen in de Hortus voor. Een aantal soorten kan u in het (afgesloten) kasje midden op het terrein aantreffen, maar hopelijk zal u bij het verschijnen van de krant er ook een aantal in de nieuwe kas kunnen aantreffen.

Verzorging

Heeft u vragen over de verzorging van deze plant? Die kunt u stellen op mijn forum over de verzorging van planten. Misschien weet iemand het antwoord of staat er reeds een antwoord voor u.


Deze pagina is het laatst aangevuld op woensdag 28 december 2005.

Voor aanvullingen of reacties, stuur mij een email:

Stuur je reactie ! email: Fred Triep

Terug naar (Return to): Terug naar: